Ripasso wijn: de baby Amarone uit Valpolicella
Ripasso is de wijn die in de schappen vaak over het hoofd wordt gezien. Hij staat naast zijn beroemde grote broer Amarone, kost een fractie van de prijs en heeft toch een stukje van diezelfde rijke, gedroogd-fruit smaak. Voor wie de Valpolicella wil leren kennen zonder meteen diep in de buidel te tasten, is dit bijna altijd het slimste glas. Deze gids legt uit hoe Ripasso wordt gemaakt, hoe hij smaakt en hoe hij zich verhoudt tot Valpolicella en Amarone.

noordoosten van Italië
Valpolicella Ripasso DOC
met Corvinone en Rondinella
tussen Valpolicella en Amarone
In het kort
- Ripasso is een tweede gisting. Een gewone Valpolicella wordt opnieuw over de natte druivenresten van Amarone gehaald. Daar komt zijn extra body, kleur en gedroogd fruit vandaan.
- Hij zit precies tussenin. Voller dan een lichte Valpolicella, lichter dan een zware Amarone. Voor veel gelegenheden is dat de meest praktische keuze.
- Het is een droge wijn. Het gedroogde fruit komt van de techniek, niet van restsuiker. De zoete neef heet Recioto.
- De prijs is eerlijk. Een goede Ripasso kost meestal 12 tot 30 euro. Veel wijn voor dat geld.
- Een mooie opstap naar Amarone. Bevalt een goede Ripasso je, dan weet je vrij zeker dat Amarone de moeite waard is.
Wat is Ripasso?
Ripasso is een rode wijn uit de Valpolicella, het heuvelgebied ten noorden van Verona in de Italiaanse regio Veneto. De wijn dankt zijn naam aan een productiestap die je bij vrijwel geen enkele andere Italiaanse rode wijn terugvindt. Het Italiaanse woord ripasso betekent letterlijk opnieuw passeren, en dat is precies wat er gebeurt: een al gemaakte Valpolicella wordt een tweede keer over druivenmateriaal gehaald.
Het idee is even simpel als slim. Wie Amarone maakt, houdt na het persen van de gedroogde druiven een natte massa schillen, pitten en pulp over die nog vol zit met suiker, smaakstoffen en levende gist. In plaats van dat materiaal weg te gooien, gebruiken de wijnmakers het om een gewone Valpolicella een upgrade te geven. De jonge wijn gaat over die resten, gaat een tweede keer aan het gisten en komt er rijker, voller en donkerder uit.
Het resultaat is een wijn met een eigen plek. Niet de lichtvoetige drinkwijn van een doordeweekse avond, maar ook niet de zware krachtpatser die om een gelegenheid vraagt. Ripasso zit daar tussenin, en juist die tussenpositie maakt hem zo bruikbaar.
Wie de wijnkaart van een Italiaans restaurant openslaat, ziet vaak alle drie de namen onder elkaar staan: Valpolicella, Ripasso en Amarone. Ze komen uit hetzelfde gebied en delen dezelfde druiven, maar het prijsverschil tussen de eerste en de laatste is fors. Ripasso vormt daarin de praktische middenweg. Je betaalt iets meer dan voor een basis-Valpolicella en krijgt er merkbaar meer wijn voor terug, zonder dat je meteen in het topsegment van Amarone terechtkomt. Voor veel mensen is dat precies de fles die ze zochten zonder het te weten.
Waar Ripasso vandaan komt
De techniek is niet nieuw. Boeren in de Valpolicella hergebruikten de druivenresten van hun zoete wijnen al eeuwen, simpelweg omdat verspilling geen optie was. Wat lang een huiselijke gewoonte bleef, kreeg pas echt vorm in 1964, toen het wijnhuis Masi de methode systematisch ging toepassen en op de markt bracht.
Masi noemde zijn versie Campofiorin, en die naam werd decennialang zo sterk met de stijl verbonden dat veel mensen Campofiorin en Ripasso door elkaar gebruikten. Het huis legde daarmee de basis voor wat nu een vaste categorie is in elke betere wijnzaak.
De officiële erkenning liet nog even op zich wachten. Pas in 2010 kreeg Valpolicella Ripasso DOC zijn eigen denominatie. Daarvoor zweefde de wijn in een grijs gebied: geliefd bij makers en kopers, maar zonder eigen wettelijke status. Sinds 2010 garandeert die DOC-aanduiding op het etiket dat de wijn de echte ripasso-techniek heeft gevolgd binnen het afgebakende gebied.
De tweede gisting stap voor stap
De kern van Ripasso zit in een proces van drie stappen. Wie die stappen begrijpt, snapt meteen waarom de wijn smaakt zoals hij smaakt.
Stap 1: een gewone Valpolicella
Het begint met een reguliere Valpolicella. Verse druiven van Corvina, Corvinone en Rondinella worden geperst en gegist op de normale manier. Wat eruit komt is een lichte tot middelzware rode wijn: fruitig, aromatisch, vrij soepel van structuur. Op zichzelf een prima drinkwijn, maar nog niet wat de wijnmaker uiteindelijk in de fles wil.
Stap 2: de resten van Amarone
Eerder in datzelfde seizoen zijn de druiven voor Amarone maandenlang gedroogd op rekken in de droogruimtes, de fruttai. Na het persen van die gedroogde druiven blijft een natte, geconcentreerde massa over, in het Italiaans vinacce. Die resten zitten nog vol suiker, kleurstof, tannine en actieve gist. Precies het materiaal dat een jonge wijn een tweede leven kan geven.
Stap 3: het tweede contact
De jonge Valpolicella wordt over die Amarone-resten gegoten. Gedurende tien tot vijftien dagen neemt de wijn op wat de resten te bieden hebben: extra kleur, stevigere tannine, gedroogde-fruittonen, een paar tienden extra alcohol en meer body. De gist in de resten zet de overgebleven suiker om, waardoor er een echte tweede gisting op gang komt.
Het effect is goed te proeven. Waar de basiswijn licht en fris was, staat er na de tweede gisting een wijn met meer gewicht en diepte in het glas. Rijker dan gewone Valpolicella, maar zonder de zwaarte en de hoge alcohol van Amarone.
Niet elke Ripasso gebruikt verse Amarone-resten. Sommige producenten laten een deel van hun eigen druiven kort drogen en voegen die aan de basiswijn toe, een variant die appassimento-light wordt genoemd. Het is een toegestane methode binnen de DOC, maar de klassieke ripasso met echte Amarone-resten geldt bij veel liefhebbers nog altijd als de zuiverste vorm.
De druiven achter de wijn
Ripasso gebruikt geen eigen druivenrassen. Het werkt met exact dezelfde inheemse Veronese druiven als Valpolicella en Amarone. Het verschil zit volledig in de techniek, niet in de druif.
De hoofdrol is voor Corvina, vaak goed voor het grootste deel van de blend. De druif heeft dikke schillen, levert rijp rood fruit, een fijne zuurgraad en die kenmerkende licht bittere afdronk die je in de hele Valpolicella-familie terugvindt. Corvinone, lange tijd als variant van Corvina gezien maar inmiddels erkend als eigen ras, voegt wat extra body en kleur toe. Rondinella is de betrouwbare ondersteuner: aromatisch wat ingetogener, maar goed voor kleur en stabiliteit. Kleine toevoegingen als Molinara of Oseleta komen ook voor en vullen de blend aan zonder de stem van Corvina te overstemmen.
Ripasso in de Valpolicella-familie
Ripasso staat niet op zichzelf. De Valpolicella maakt vier verwante rode wijnen van dezelfde druiven, en het verschil zit telkens in de behandeling. Zet je ze naast elkaar, dan wordt meteen duidelijk waar Ripasso zijn plek heeft.
De rode draad is helder. Valpolicella en Recioto vormen de twee uitersten, licht en droog tegenover zoet en geconcentreerd. Amarone en Recioto vertrekken allebei van gedroogde druiven. En Ripasso? Die zit precies in het midden: een gewone Valpolicella met geleende rijkdom. Vier wijnen, dezelfde druiven, een wereld aan verschil.
Hoe smaakt Ripasso?
Ripasso heeft een herkenbaar profiel dat hem netjes positioneert tussen lichte Valpolicella en zware Amarone. In het glas vind je doorgaans:
- Gedroogd rood fruit: gedroogde kers, vijg en pruim, de signatuur van het contact met de Amarone-resten.
- Vers rood fruit: kers, braam en framboos, afkomstig van de Valpolicella-basis.
- Kruiden en zoete tonen: kaneel, anijs, een vleugje chocolade en koffie.
- Aardse ondertonen: leer, tabak en een lichte houtachtige toets.
- Tannine: aanwezig en merkbaar, maar niet agressief. Steviger dan Valpolicella, zachter dan Amarone.
De textuur is voller dan een gewone Valpolicella maar blijft soepel drinkbaar. Het is geen wijn waar je jaren op hoeft te wachten. In onze ervaring drinkt een Ripasso het mooist tussen drie en tien jaar na de oogst, met genoeg fruit én genoeg rijping om interessant te blijven.
Kopen: waar je op let
Ripasso hoort bij de categorie wijnen waar je voor relatief weinig geld veel kwaliteit in huis haalt. De meeste flessen kosten tussen 12 en 30 euro, en in dat segment zit veel goeds.
Let bij aankoop op één ding op het etiket: de woorden Valpolicella Ripasso DOC. Die aanduiding garandeert dat je de echte versie met de tweede gisting in handen hebt, en geen gewone Valpolicella. Een jaartal van een goede oogst helpt ook, al is Ripasso minder gevoelig voor jaarverschillen dan veel topwijnen.
Onze tip: een Ripasso van rond de 18 tot 25 euro van een serieuze producent geeft je vrijwel altijd de volledige ervaring. Veel duurder hoeft niet, want boven dat niveau betaal je vooral voor naam. Twijfel je, vraag dan een goede wijnhandel om een fles uit een sterke jaargang.
Wil je het verschil tussen de drie stijlen echt voelen? Zet eens een gewone Valpolicella, een Ripasso en een Amarone naast elkaar op tafel. Drie glazen, dezelfde druiven, en je proeft in één avond precies wat het droogproces met een wijn doet. Een leerzamere proeverij bestaat er bijna niet voor wie de Valpolicella wil begrijpen.
Serveren, decanteren en bewaren
Op welke temperatuur
Serveer Ripasso op 16 tot 18 graden. Dat is iets koeler dan je een Amarone schenkt en wat warmer dan een lichte rode wijn. Te koud en de wijn voelt mager en gesloten aan. Te warm en de alcohol gaat de boventoon voeren. Zeventien graden is een veilige startwaarde.
Decanteren
Bij een jonge Ripasso, een tot vier jaar oud, helpt decanteren goed. Geef de wijn dertig tot zestig minuten in een karaf, dan worden de tannines zachter en komen de aroma's los. Een oudere Ripasso heeft minder nodig, al doet een half uur lucht ook daar geen kwaad. Verplicht is het niet, het is een wijn die ook zonder karaf prima drinkt. Meer over deze stappen lees je in onze gids over proeven en serveren.
Bewaren
Ripasso is geen wijn die je decennia weglegt. De meeste flessen drinken het best binnen drie tot tien jaar na de oogst, en een Ripasso van een goede producent houdt het tot een jaar of twaalf vol. Bewaar de fles liggend, donker en koel rond 12 tot 14 graden, bij een stabiele temperatuur. Meer hierover in onze gids over wijn bewaren.
Ripasso en eten
Ripasso is in de eerste plaats een eettafelwijn. Voller dan gewone Valpolicella, maar niet zo overweldigend als Amarone, en die middenpositie maakt hem aan tafel veelzijdig. Hij past bij:
- Pasta met een stevige saus: rigatoni alla bolognese, pappardelle met haas of varkensvlees, pasta al ragù.
- Gegrild en gestoofd vlees: lamskoteletten, geroosterde kip, kalfsschenkel.
- Wild: hert, fazant en eend, gerechten waar het vlees genoeg gewicht heeft om de wijn bij te houden.
- Gerijpte harde kaas: Parmigiano Reggiano, oude pecorino, Grana Padano.
- Risotto met aardse smaken: risotto met truffel of porcini.
Een klassieke Italiaanse combinatie is Ripasso bij brasato, rundvlees urenlang gesmoord in wijn. De gedroogde-fruittonen van de wijn sluiten mooi aan op de hartige, langzaam gegaarde smaken van het gerecht. Meer combinaties vind je in onze hub over wijn en eten.
Mythes ontkracht
Begrijpelijk, maar niet juist. Ripasso is geen afgezwakte Amarone, het is een eigen stijl met een eigen techniek. Die combinatie van verse Valpolicella-frisheid en het gedroogde-fruitkarakter van de Amarone-resten levert iets op wat je in geen van beide andere wijnen precies zo terugvindt. Goedkoper, ja. Een kopie, nee.
De reputatie suggereert het, de praktijk niet. Met 13 tot 14,5 procent alcohol is Ripasso steviger dan gemiddeld, maar hij blijft soepel en toegankelijk drinken. Wie een echte krachtpatser verwacht, wordt eerder aangenaam verrast door hoe vlot de wijn wegdrinkt.
Hij is een tikje misleidend, dat wel, want hij suggereert dat Ripasso slechts een kleinere Amarone is. Toch is de bijnaam als leidraad bruikbaar. Voor wie de Amarone-stijl wil verkennen zonder de volle prijs en de zware alcohol, geeft Ripasso een eerlijk eerste beeld. In die zin is baby Amarone een prima startpositie.
Bij een jonge fles helpt het, dat klopt. Maar verplicht is het niet. Een wat oudere Ripasso of een fles die je gewoon op een doordeweekse avond opent, drinkt prima zonder karaf. Decanteren is een hulpmiddel, geen voorwaarde.
Eerder het tegenovergestelde. Ripasso is juist een dankbare wijn om mee te beginnen. Hij heeft meer karakter dan een simpele drinkwijn, maar is zachter en vergevingsgezinder dan een Amarone. Voor wie rijke Italiaanse rode wijn wil leren kennen, is dit een uitstekend instappunt.
Zin in een stevige Italiaanse rode?
Onze wijnen komen rechtstreeks van de boer. Geen supermarktmarges, geen tussenpersonen. Van soepele Italiaanse rode wijn tot de echte krachtpatsers: proef wat wijn van het land kan zijn.
Shop rode wijn →Bekijk alle wijnenWijn van de boer
Van soepele rode wijn tot frisse witte. Allemaal door ons geproefd, allemaal direct van de wijnboer.
Veelgestelde vragen
De vragen die we het vaakst krijgen over Ripasso.
Wat is Ripasso wijn precies?
Wat is het verschil tussen Ripasso en Amarone?
Hoeveel alcohol zit er in Ripasso?
Moet je Ripasso decanteren?
Welke druiven zitten er in Ripasso?
Wat betekent Valpolicella Ripasso DOC op het etiket?
Hoe lang kun je Ripasso bewaren?
Op welke temperatuur serveer je Ripasso?
Waar past Ripasso het best bij?
Is Ripasso een zoete wijn?
Is Ripasso een goede keuze als ik Amarone wil leren kennen?
Nieuwe wijnboer, nieuwe oogst, nieuwe gids?
Updates met aanbiedingen, de nieuwste flessen, korte verhalen van wijnboeren of nieuwe artikelen in de wijngids.

