Wijngids · Regio's

Ripasso wijn: de baby Amarone uit Valpolicella

Ripasso is de wijn die in de schappen vaak over het hoofd wordt gezien. Hij staat naast zijn beroemde grote broer Amarone, kost een fractie van de prijs en heeft toch een stukje van diezelfde rijke, gedroogd-fruit smaak. Voor wie de Valpolicella wil leren kennen zonder meteen diep in de buidel te tasten, is dit bijna altijd het slimste glas. Deze gids legt uit hoe Ripasso wordt gemaakt, hoe hij smaakt en hoe hij zich verhoudt tot Valpolicella en Amarone.

10 min leestijdBijgewerkt 24 mei 2026
Glas rode Ripasso-wijn met een Valpolicella-wijngaard op de achtergrond
Herkomst
Valpolicella, Veneto
noordoosten van Italië
Status
DOC sinds 2010
Valpolicella Ripasso DOC
Hoofddruif
Corvina
met Corvinone en Rondinella
Alcohol
13 tot 14,5%
tussen Valpolicella en Amarone

In het kort

TL;DR
  • Ripasso is een tweede gisting. Een gewone Valpolicella wordt opnieuw over de natte druivenresten van Amarone gehaald. Daar komt zijn extra body, kleur en gedroogd fruit vandaan.
  • Hij zit precies tussenin. Voller dan een lichte Valpolicella, lichter dan een zware Amarone. Voor veel gelegenheden is dat de meest praktische keuze.
  • Het is een droge wijn. Het gedroogde fruit komt van de techniek, niet van restsuiker. De zoete neef heet Recioto.
  • De prijs is eerlijk. Een goede Ripasso kost meestal 12 tot 30 euro. Veel wijn voor dat geld.
  • Een mooie opstap naar Amarone. Bevalt een goede Ripasso je, dan weet je vrij zeker dat Amarone de moeite waard is.

Wat is Ripasso?

Ripasso is een rode wijn uit de Valpolicella, het heuvelgebied ten noorden van Verona in de Italiaanse regio Veneto. De wijn dankt zijn naam aan een productiestap die je bij vrijwel geen enkele andere Italiaanse rode wijn terugvindt. Het Italiaanse woord ripasso betekent letterlijk opnieuw passeren, en dat is precies wat er gebeurt: een al gemaakte Valpolicella wordt een tweede keer over druivenmateriaal gehaald.

Het idee is even simpel als slim. Wie Amarone maakt, houdt na het persen van de gedroogde druiven een natte massa schillen, pitten en pulp over die nog vol zit met suiker, smaakstoffen en levende gist. In plaats van dat materiaal weg te gooien, gebruiken de wijnmakers het om een gewone Valpolicella een upgrade te geven. De jonge wijn gaat over die resten, gaat een tweede keer aan het gisten en komt er rijker, voller en donkerder uit.

Het resultaat is een wijn met een eigen plek. Niet de lichtvoetige drinkwijn van een doordeweekse avond, maar ook niet de zware krachtpatser die om een gelegenheid vraagt. Ripasso zit daar tussenin, en juist die tussenpositie maakt hem zo bruikbaar.

Wie de wijnkaart van een Italiaans restaurant openslaat, ziet vaak alle drie de namen onder elkaar staan: Valpolicella, Ripasso en Amarone. Ze komen uit hetzelfde gebied en delen dezelfde druiven, maar het prijsverschil tussen de eerste en de laatste is fors. Ripasso vormt daarin de praktische middenweg. Je betaalt iets meer dan voor een basis-Valpolicella en krijgt er merkbaar meer wijn voor terug, zonder dat je meteen in het topsegment van Amarone terechtkomt. Voor veel mensen is dat precies de fles die ze zochten zonder het te weten.

Waar Ripasso vandaan komt

De techniek is niet nieuw. Boeren in de Valpolicella hergebruikten de druivenresten van hun zoete wijnen al eeuwen, simpelweg omdat verspilling geen optie was. Wat lang een huiselijke gewoonte bleef, kreeg pas echt vorm in 1964, toen het wijnhuis Masi de methode systematisch ging toepassen en op de markt bracht.

Masi noemde zijn versie Campofiorin, en die naam werd decennialang zo sterk met de stijl verbonden dat veel mensen Campofiorin en Ripasso door elkaar gebruikten. Het huis legde daarmee de basis voor wat nu een vaste categorie is in elke betere wijnzaak.

De officiële erkenning liet nog even op zich wachten. Pas in 2010 kreeg Valpolicella Ripasso DOC zijn eigen denominatie. Daarvoor zweefde de wijn in een grijs gebied: geliefd bij makers en kopers, maar zonder eigen wettelijke status. Sinds 2010 garandeert die DOC-aanduiding op het etiket dat de wijn de echte ripasso-techniek heeft gevolgd binnen het afgebakende gebied.

De tweede gisting stap voor stap

De kern van Ripasso zit in een proces van drie stappen. Wie die stappen begrijpt, snapt meteen waarom de wijn smaakt zoals hij smaakt.

Stap 1: een gewone Valpolicella

Het begint met een reguliere Valpolicella. Verse druiven van Corvina, Corvinone en Rondinella worden geperst en gegist op de normale manier. Wat eruit komt is een lichte tot middelzware rode wijn: fruitig, aromatisch, vrij soepel van structuur. Op zichzelf een prima drinkwijn, maar nog niet wat de wijnmaker uiteindelijk in de fles wil.

Stap 2: de resten van Amarone

Eerder in datzelfde seizoen zijn de druiven voor Amarone maandenlang gedroogd op rekken in de droogruimtes, de fruttai. Na het persen van die gedroogde druiven blijft een natte, geconcentreerde massa over, in het Italiaans vinacce. Die resten zitten nog vol suiker, kleurstof, tannine en actieve gist. Precies het materiaal dat een jonge wijn een tweede leven kan geven.

Stap 3: het tweede contact

De jonge Valpolicella wordt over die Amarone-resten gegoten. Gedurende tien tot vijftien dagen neemt de wijn op wat de resten te bieden hebben: extra kleur, stevigere tannine, gedroogde-fruittonen, een paar tienden extra alcohol en meer body. De gist in de resten zet de overgebleven suiker om, waardoor er een echte tweede gisting op gang komt.

Het effect is goed te proeven. Waar de basiswijn licht en fris was, staat er na de tweede gisting een wijn met meer gewicht en diepte in het glas. Rijker dan gewone Valpolicella, maar zonder de zwaarte en de hoge alcohol van Amarone.

Goed om te weten

Niet elke Ripasso gebruikt verse Amarone-resten. Sommige producenten laten een deel van hun eigen druiven kort drogen en voegen die aan de basiswijn toe, een variant die appassimento-light wordt genoemd. Het is een toegestane methode binnen de DOC, maar de klassieke ripasso met echte Amarone-resten geldt bij veel liefhebbers nog altijd als de zuiverste vorm.

De druiven achter de wijn

Ripasso gebruikt geen eigen druivenrassen. Het werkt met exact dezelfde inheemse Veronese druiven als Valpolicella en Amarone. Het verschil zit volledig in de techniek, niet in de druif.

De hoofdrol is voor Corvina, vaak goed voor het grootste deel van de blend. De druif heeft dikke schillen, levert rijp rood fruit, een fijne zuurgraad en die kenmerkende licht bittere afdronk die je in de hele Valpolicella-familie terugvindt. Corvinone, lange tijd als variant van Corvina gezien maar inmiddels erkend als eigen ras, voegt wat extra body en kleur toe. Rondinella is de betrouwbare ondersteuner: aromatisch wat ingetogener, maar goed voor kleur en stabiliteit. Kleine toevoegingen als Molinara of Oseleta komen ook voor en vullen de blend aan zonder de stem van Corvina te overstemmen.

Ripasso in de Valpolicella-familie

Ripasso staat niet op zichzelf. De Valpolicella maakt vier verwante rode wijnen van dezelfde druiven, en het verschil zit telkens in de behandeling. Zet je ze naast elkaar, dan wordt meteen duidelijk waar Ripasso zijn plek heeft.

Wijn
Hoe gemaakt
Karakter
Valpolicella
Verse druiven, geen droging
Licht, fruitig, alledaags
Valpolicella Ripasso
Vers, daarna over Amarone-resten
Rijker, voller, middenklasse
Amarone
Volledig gedroogde druiven, droog vergist
Krachtig, complex, hoge alcohol
Recioto
Volledig gedroogd, gisting gestopt
Zoet, dessertwijn

De rode draad is helder. Valpolicella en Recioto vormen de twee uitersten, licht en droog tegenover zoet en geconcentreerd. Amarone en Recioto vertrekken allebei van gedroogde druiven. En Ripasso? Die zit precies in het midden: een gewone Valpolicella met geleende rijkdom. Vier wijnen, dezelfde druiven, een wereld aan verschil.

Hoe smaakt Ripasso?

Ripasso heeft een herkenbaar profiel dat hem netjes positioneert tussen lichte Valpolicella en zware Amarone. In het glas vind je doorgaans:

  • Gedroogd rood fruit: gedroogde kers, vijg en pruim, de signatuur van het contact met de Amarone-resten.
  • Vers rood fruit: kers, braam en framboos, afkomstig van de Valpolicella-basis.
  • Kruiden en zoete tonen: kaneel, anijs, een vleugje chocolade en koffie.
  • Aardse ondertonen: leer, tabak en een lichte houtachtige toets.
  • Tannine: aanwezig en merkbaar, maar niet agressief. Steviger dan Valpolicella, zachter dan Amarone.

De textuur is voller dan een gewone Valpolicella maar blijft soepel drinkbaar. Het is geen wijn waar je jaren op hoeft te wachten. In onze ervaring drinkt een Ripasso het mooist tussen drie en tien jaar na de oogst, met genoeg fruit én genoeg rijping om interessant te blijven.

Kopen: waar je op let

Ripasso hoort bij de categorie wijnen waar je voor relatief weinig geld veel kwaliteit in huis haalt. De meeste flessen kosten tussen 12 en 30 euro, en in dat segment zit veel goeds.

Let bij aankoop op één ding op het etiket: de woorden Valpolicella Ripasso DOC. Die aanduiding garandeert dat je de echte versie met de tweede gisting in handen hebt, en geen gewone Valpolicella. Een jaartal van een goede oogst helpt ook, al is Ripasso minder gevoelig voor jaarverschillen dan veel topwijnen.

Onze tip: een Ripasso van rond de 18 tot 25 euro van een serieuze producent geeft je vrijwel altijd de volledige ervaring. Veel duurder hoeft niet, want boven dat niveau betaal je vooral voor naam. Twijfel je, vraag dan een goede wijnhandel om een fles uit een sterke jaargang.

Onze tip

Wil je het verschil tussen de drie stijlen echt voelen? Zet eens een gewone Valpolicella, een Ripasso en een Amarone naast elkaar op tafel. Drie glazen, dezelfde druiven, en je proeft in één avond precies wat het droogproces met een wijn doet. Een leerzamere proeverij bestaat er bijna niet voor wie de Valpolicella wil begrijpen.

Serveren, decanteren en bewaren

Op welke temperatuur

Serveer Ripasso op 16 tot 18 graden. Dat is iets koeler dan je een Amarone schenkt en wat warmer dan een lichte rode wijn. Te koud en de wijn voelt mager en gesloten aan. Te warm en de alcohol gaat de boventoon voeren. Zeventien graden is een veilige startwaarde.

Decanteren

Bij een jonge Ripasso, een tot vier jaar oud, helpt decanteren goed. Geef de wijn dertig tot zestig minuten in een karaf, dan worden de tannines zachter en komen de aroma's los. Een oudere Ripasso heeft minder nodig, al doet een half uur lucht ook daar geen kwaad. Verplicht is het niet, het is een wijn die ook zonder karaf prima drinkt. Meer over deze stappen lees je in onze gids over proeven en serveren.

Bewaren

Ripasso is geen wijn die je decennia weglegt. De meeste flessen drinken het best binnen drie tot tien jaar na de oogst, en een Ripasso van een goede producent houdt het tot een jaar of twaalf vol. Bewaar de fles liggend, donker en koel rond 12 tot 14 graden, bij een stabiele temperatuur. Meer hierover in onze gids over wijn bewaren.

Ripasso en eten

Ripasso is in de eerste plaats een eettafelwijn. Voller dan gewone Valpolicella, maar niet zo overweldigend als Amarone, en die middenpositie maakt hem aan tafel veelzijdig. Hij past bij:

  • Pasta met een stevige saus: rigatoni alla bolognese, pappardelle met haas of varkensvlees, pasta al ragù.
  • Gegrild en gestoofd vlees: lamskoteletten, geroosterde kip, kalfsschenkel.
  • Wild: hert, fazant en eend, gerechten waar het vlees genoeg gewicht heeft om de wijn bij te houden.
  • Gerijpte harde kaas: Parmigiano Reggiano, oude pecorino, Grana Padano.
  • Risotto met aardse smaken: risotto met truffel of porcini.

Een klassieke Italiaanse combinatie is Ripasso bij brasato, rundvlees urenlang gesmoord in wijn. De gedroogde-fruittonen van de wijn sluiten mooi aan op de hartige, langzaam gegaarde smaken van het gerecht. Meer combinaties vind je in onze hub over wijn en eten.

Mythes ontkracht

Mythe 1 — Ripasso is gewoon een goedkope Amarone

Begrijpelijk, maar niet juist. Ripasso is geen afgezwakte Amarone, het is een eigen stijl met een eigen techniek. Die combinatie van verse Valpolicella-frisheid en het gedroogde-fruitkarakter van de Amarone-resten levert iets op wat je in geen van beide andere wijnen precies zo terugvindt. Goedkoper, ja. Een kopie, nee.

Mythe 2 — Ripasso is een zware wijn

De reputatie suggereert het, de praktijk niet. Met 13 tot 14,5 procent alcohol is Ripasso steviger dan gemiddeld, maar hij blijft soepel en toegankelijk drinken. Wie een echte krachtpatser verwacht, wordt eerder aangenaam verrast door hoe vlot de wijn wegdrinkt.

Mythe 3 — de bijnaam baby Amarone klopt niet

Hij is een tikje misleidend, dat wel, want hij suggereert dat Ripasso slechts een kleinere Amarone is. Toch is de bijnaam als leidraad bruikbaar. Voor wie de Amarone-stijl wil verkennen zonder de volle prijs en de zware alcohol, geeft Ripasso een eerlijk eerste beeld. In die zin is baby Amarone een prima startpositie.

Mythe 4 — Ripasso moet je altijd decanteren

Bij een jonge fles helpt het, dat klopt. Maar verplicht is het niet. Een wat oudere Ripasso of een fles die je gewoon op een doordeweekse avond opent, drinkt prima zonder karaf. Decanteren is een hulpmiddel, geen voorwaarde.

Mythe 5 — Ripasso is een wijn voor kenners

Eerder het tegenovergestelde. Ripasso is juist een dankbare wijn om mee te beginnen. Hij heeft meer karakter dan een simpele drinkwijn, maar is zachter en vergevingsgezinder dan een Amarone. Voor wie rijke Italiaanse rode wijn wil leren kennen, is dit een uitstekend instappunt.

Direct van de wijnboer

Zin in een stevige Italiaanse rode?

Onze wijnen komen rechtstreeks van de boer. Geen supermarktmarges, geen tussenpersonen. Van soepele Italiaanse rode wijn tot de echte krachtpatsers: proef wat wijn van het land kan zijn.

Shop rode wijn →Bekijk alle wijnen
Onze selectie

Wijn van de boer

Van soepele rode wijn tot frisse witte. Allemaal door ons geproefd, allemaal direct van de wijnboer.

Snel antwoord

Veelgestelde vragen

De vragen die we het vaakst krijgen over Ripasso.

Wat is Ripasso wijn precies?
Ripasso is een rode wijn uit de Valpolicella in Noord-Italië. Het begint als gewone Valpolicella en wordt daarna een tweede keer over de natte druivenresten van Amarone gehaald. Tijdens dat tweede contact neemt de wijn kleur, body, tannine en een vleugje gedroogd fruit op. Het woord ripasso betekent letterlijk opnieuw passeren. Het resultaat zit qua kracht tussen lichte Valpolicella en zware Amarone in.
Wat is het verschil tussen Ripasso en Amarone?
Amarone wordt volledig gemaakt van druiven die maanden hebben gedroogd, is zeer krachtig, hoog in alcohol en duur. Ripasso start als verse Valpolicella en leent een deel van die rijkdom door over de Amarone-resten te gisten. Ripasso is daardoor lichter, soepeler en flink betaalbaarder. Veel mensen noemen Ripasso een baby Amarone, en dat klopt als startpunt redelijk goed.
Hoeveel alcohol zit er in Ripasso?
Een Ripasso zit doorgaans tussen 13 en 14,5 procent alcohol. Dat is steviger dan een gewone Valpolicella van rond 11 tot 12,5 procent, maar duidelijk lager dan een Amarone, die vaak op 15 tot 17 procent uitkomt. De extra alcohol komt van de suiker in de Amarone-resten waar de wijn een tweede keer overheen wordt gehaald.
Moet je Ripasso decanteren?
Bij een jonge Ripasso van een tot vier jaar oud helpt decanteren goed. Geef de wijn dertig tot zestig minuten in een karaf, dan worden de tannines zachter en komen de aroma's los. Een oudere Ripasso heeft minder nodig, maar een half uur lucht doet ook daar geen kwaad. Verplicht is het niet, het is een wijn die ook zo prima drinkt.
Welke druiven zitten er in Ripasso?
Ripasso wordt gemaakt van dezelfde inheemse Veronese druiven als Valpolicella en Amarone. De hoofddruif is Corvina, vaak aangevuld met Corvinone en Rondinella. Kleine toevoegingen als Molinara of Oseleta komen ook voor. Het zijn dus geen exotische rassen, het verschil zit volledig in de techniek.
Wat betekent Valpolicella Ripasso DOC op het etiket?
Valpolicella Ripasso DOC is de officiële denominatie, erkend sinds 2010. Die aanduiding garandeert dat de wijn de echte ripasso-techniek heeft gevolgd binnen het Valpolicella-gebied. Zie je die woorden op het etiket, dan weet je dat je geen gewone Valpolicella in handen hebt maar de versie met de tweede gisting.
Hoe lang kun je Ripasso bewaren?
De meeste Ripasso's drink je het best tussen drie en tien jaar na de oogst. Een Ripasso van een goede producent kan iets langer mee, tot een jaar of twaalf. Het is geen wijn die je decennia weglegt zoals een topAmarone. Bewaar de fles liggend, donker en koel rond 12 tot 14 graden.
Op welke temperatuur serveer je Ripasso?
Serveer Ripasso op 16 tot 18 graden. Dat is iets koeler dan Amarone en wat warmer dan een lichte rode wijn. Te koud en de wijn voelt mager en gesloten aan. Te warm en de alcohol gaat domineren. Een graad of zeventien is een veilige startwaarde.
Waar past Ripasso het best bij?
Ripasso is een uitstekende eettafelwijn. Hij past bij pasta met een stevige saus zoals ragù, bij gegrild of gestoofd vlees, bij wild en bij gerijpte harde kaas. Hij is voller dan gewone Valpolicella maar minder overweldigend dan Amarone, wat hem aan tafel veelzijdig maakt.
Is Ripasso een zoete wijn?
Nee, Ripasso is een droge wijn. Het gedroogde fruit dat je ruikt en proeft komt van het contact met de Amarone-resten, niet van restsuiker. De gisting gaat door tot vrijwel alle suiker is omgezet. De zoete variant uit dezelfde regio heet Recioto della Valpolicella, dat is een aparte wijn.
Is Ripasso een goede keuze als ik Amarone wil leren kennen?
Ja, daarvoor is Ripasso bijna ideaal. Hij geeft je een eerlijk beeld van wat het gedroogde fruit en de rijkdom van de Amarone-stijl doen, zonder de hoge prijs en de zware alcohol. Bevalt een goede Ripasso je, dan weet je vrij zeker dat Amarone iets voor je is.
DIRT. smiley
Over DIRT.

DIRT. is opgericht als tegenreactie. Je koopt bij ons rechtstreeks bij de boer en die bepaalt zijn eigen prijzen. Wij geloven dat de beste wijnen niet worden gemaakt in boardrooms, maar in de modder. Op die plekken waar de boer met z'n knieën in de aarde staat.

Blijf op de hoogte

Nieuwe wijnboer, nieuwe oogst, nieuwe gids?

Updates met aanbiedingen, de nieuwste flessen, korte verhalen van wijnboeren of nieuwe artikelen in de wijngids.